Stel je voor: je geeft twee lessen per week aan een klas. Door allerlei gedoe begint haast elke les een paar minuten later. De overgangen, zoals die van uitleg naar zelfstandig werken, kost ook een paar onnodige minuten. Dat lijkt weinig. Maar wanneer een docent door betere lesstructuur 5 minuten per les wint, door een vlotte opstart en goed doordachte overgangen en voorspelbare routines, dan leidt dat over een schooljaar tot een enorme winst:

2 lessen per week × 5 minuten tijdwinst = 10 minuten tijdwinst per week. 10 minuten per week × 40 lesweken = 400 minuten per jaar tijdwinst. Dat is gelijk aan 8 volledige lessen van 50 minuten… dat zijn vier lesweken…

Dat is één van de inzichten in deze publicatie over de FRISse lesopbouw; een praktisch en theoretisch raamwerk voor leraren die hun lessen bewust willen opbouwen, van binnenkomst tot vertrek.

Het didactisch klaverblad

Het FRIS-model (ook wel het didactisch klaverblad) kijkt naar vier samenhangende dimensies die van leraren aandacht krijgen tijdens het lesgeven: Fysieke factoren, Relatie, Inhoud en Structuur. In deze bundel staat het Klaverblad ‘Structuur’ centraal. Niet als keurslijf, maar als het fundament waarbinnen vrijheid, creativiteit en echt leren mogelijk worden. Want een goede structuur reguleert en ordent niet alleen: ze verbindt. Leerlingen met de lesstof, met elkaar, en met de leraar.

De publicatie loopt langs zes herkenbare fasen van een les en laat bij elke fase zien hoe bewuste keuzes het verschil maken. Van de manier waarop je leerlingen ontvangt, tot de kunst van een goede afronding. Van de kracht van vaste routines tot de vraag wanneer je die routines juist loslaat.

Geschreven voor leraren, opleiders en iedereen die nadenkt over wat er in een les gebeuren kan.

Goed je hier onderaan de pagina aan te treffen! Geef een reactie:

Trending